Overzicht

100_1722‘Het gras is altijd groener bij de buren’, luidt het spreekwoord. Dat geldt meestal maar tot je bij de buren gaat kijken. Over de Belgische grenzen heen  hebben steinerscholen het ook niet onder de markt. Het gras is er niet groener.

In Duitsland en Nederland bijvoorbeeld, waar samen een driehonderdtal steinerscholen (Nl: +/-100 Vrije Scholen, D: +/-200 Waldorfschulen) bestaan, stellen autoriteiten binnen de onderwijswereld zich de laatste jaren meer en meer vragen bij steinerschoolonderwijs. Informatie over buitenlandse steinerscholen is relevant om een beeld te vormen van de steinerscholen in België , omdat ‘de steinerscholen’ een internationale schoolbeweging is met een voor elk land gelijklopend curriculum. Ook is het steinerschoolonderwijs gecentraliseerd in de Pedagogische Sectie van het Goetheanum in het Zwitserse Dornach, waar jaarlijks de bijeenkomst van steinerschoolleerkrachten uit heel de wereld plaatsvindt.

Nederland

In Nederland is het publiek commentaar op de manier van lesgeven op steinerscholen dan wel minder dan in Duitsland, er wordt daarom niet minder aandacht aan de steinerscholen besteed. Hier zijn het echter geen collega-onderwijsdeskundigen die zich over steinerscho­len uitlaten, maar onderwijsinspectie zelf. Uitzondering hierop vormt misschien professor A. Bus die nog in 2005 tijdens de oratie bij haar aanstelling als hoogleraar orthopedagogiek verwees naar het door haar in 1986 gedane onderzoek, waaruit bleek dat de op steinerscholen gebruikte leesme­thode pseudodyslexie in de hand werkt. Gedurfd van Bus, want indertijd werd ze voor haar onderzoek door de steinerscholen via de media afgebrand.

In Nederland zijn de steinerscholen op het vlak van door derden geuite kritiek ondertussen wel iets verdraagzamer geworden. Tien jaar geleden klaagde men daar nog journalisten die kritisch over Steiner, antroposofie of steinerscholen schreven simpelweg aan. Vandaag durft zelfs de voorzitter van de Vereniging voor vrijescholen, weliswaar in besloten kring, stellen dat er genoeg redenen zijn om kritiek op de scholen te geven.

‘Het gaat om de hoedanigheid van de Vereniging van vrijescholen. Wij staan in ons hemd, omdat thema’s uit ons verleden blijvend discussiepunt zijn. We slagen er niet in om overeenstemming te bereiken over de identiteit van de vrijeschool en de wijze waarop we die identiteit naar buiten brengen. Daarmee zijn er aanleidingen genoeg om de vereniging te bekritiseren, te beschimpen en niet serieus te nemen. De leden van de vereniging wensen aan de samenwerkingsvorm, de belangenvereniging, niet díe positie te geven die nodig is om adequaat te handelen en antwoord te geven op vragen over opvoeding en maatschappij.’

Toespraak L.J. Stronks, voorzitter Vereniging vrijescholen op de lerarenconferentie van 2007

Nu konden de Nederlandse steinerscholen moeilijk nog anders reageren. Er was door onderwijsinspectie, onder leiding van dr. Henskens, een wetenschappelijk rapport opgesteld waarvan de conclusies moeilijk te weerleggen zijn. Onderwijsinspectie had dit rapport opgesteld aan de hand van waarnemingen gedaan in de periode 2003-2007. Een periode waarin de steinerscholen onder verscherpt toezicht waren geplaatst. Het rapport werd eind 2007 door staatssecretaris van Onderwijs Dijksma officieel overhandigd aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het onderzoeksrapport spreekt boekdelen. Uit het voorwoord:

‘In 2003 bleek uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit op Vrijescholen (nvdr.steinerscholen) op een aantal aspecten achterbleef en in 2006 viel bij onderzoek op dat deze scholen verhoudingsgewijs vaker dan gemiddeld als zeer zwak werden aangemerkt.’ (De hoofdinspecteur primair onderwijs en expertisecentra, dr. L.S.J.M. Henkens)

Bron: klik hier

Het is op zijn minst vreemd dat een onderwijssysteem dat zichzelf betitelt als ‘het betere onderwijs, zonder prestatiedruk, handboeken of rapporten, maar wel met veel beweging en creatieve oefening’, na analyse door deskundigen wordt betiteld als een onpedagogie of als zwak tot zeer zwak.

Zelfs het antroposofische, gerenommeerde tijdschrift Driegonaal mengt zich in de discussie. De redacteur, John Hogervorst, vindt dat de bevindingen van onderwijsinspectie m.b.t. steinerscholen (Nl. vrijescholen) kunnen worden aangevuld met ervaringen van ouders:

‘Kwalitatief matig tot slecht onderwijs, gemeten naar de moderne maatstaven – dat is zo’n beetje waar de kritiek van de Inspectie op neerkomt. Kwalitatief matig tot slecht onderwijs, gemeten naar verwachtingen die de Vrije Schoolpedagogie oproept – dat leren concrete Vrije-School-ervaringen.’ (J. Hogervorst, Vrije Scholen op de tweesprong, Driegonaal num­mer 3/4, december 2007)

Over welke ervaringen had Hogervorst het in het spraakmakende artikel?

Het ging over een combinatie van verscheidene feiten waarvan hieronder enkele zijn opgesomd.pdf:

  • leraren die te steeds te laat komen
  • budgetten voor zorgleerlingen die niet voor die leerlingen worden gebruikt (vgl. inspectieverslag steinerschool Leuven)
  • leerlingen die van school worden gestuurd omdat de relatie tussen ouders en leraren stroef loopt (zie ‘Gewoon doen alsof ze niet bestaan…of negeren’)
  • huiswerk dat door de kinderen van de leraar i.p.v. door de leraar zelf wordt verbeterd en waarin verbeterfouten staan (vgl. ‘Naschools thuisonderwijs‘)
  • leraren die niet weten wat doen met hoogbegaafde kinderen en die hun onmacht op de kinderen en hun ouders verhalen (‘Ga eens snel met je kind naar een psychiater’)
  • geweld op het schoolplein; er wordt nauwelijks gespeeld, maar wel geslagen en geschopt (vgl. met het satirische artikel ‘Antroposofisch voetballen’ van een oudleerling van de steinerschool)
  • leraren die benoemd worden tot schoolleider omdat ze hun klas niet meer aankunnen of omdat ze vanwege een hoge hypotheek meer inkomen nodig hebben
  • leraren die ouders die bezorgd zijn omdat het algemeen niet goed gaat in de klas (er zijn bv. al enkele leerlingen door hun ouders uit de klas gehaald) afwimpelen met antroposofisch geleuter om zo het probleem niet hoeven aan te pakken.

Hogervorst durft het in het juninummer zelfs nog scherper te stellen door te beweren dat er achter elk door hem aangehaald voorbeeld nog eens tien andere staan. Ik kan Hogervorst daarin bijtreden, net zoals ik hem bijtreed wanneer hij zegt dat hij zou willen dat het artikel een ernstige misstap zou zijn geweest. Want dan zouden bovengenoemde problemen weliswaar niet onbestaande zijn, maar tenminste niet representatief zijn voor de steinerscholen. Dat zijn ze dus wel, waarmee het kritische artikel van Hogervorst meer dan terecht is.

Duitsland

Ook in buurland Duitsland krijgen steinerscholen de wind op kop. Vorig jaar bijvoorbeeld, op 11 juli 2007,  spreekt Josef Kraus, voorzitter van de Duitse Lerarenvereniging zich in een uitgebreid interview door Deutschlandradio Kultur uit over de steinerscholen.

‘Er zijn tal van ouders die zich door de illusionaire voorstellingen laten verblinden, maar er zijn eveneens tal van ouders die na relatief korte tijd afstand nemen en zeggen – en dat de laatste weken overigens ook via lezersbrieven in gerenommeerde kranten duidelijk hebben gemaakt: ‘Het was een vergissing. Na twee, drie jaar is het goed geweest. We doen onze kinderen dat niet meer aan, omdat er opvoedingspraktijken heersen die niet meer passen in het jaar 2007.’

(Nun, es gibt halt doch eine stattliche Zahl von Eltern, die sich von illusionären Vorstellungen etwas blenden lassen, es gibt übrigens eine genauso stattliche Zahlen von Eltern, die nach relativ kurzer Zeit Abstand nehmen und sagen – und das übrigens auch in den letzten Wo­chen deutlich gemacht haben in Leserbriefen renommierter Zeitungen: Es war ein Irrweg, nach zwei, drei Jahren ist Schluss damit. Wir tun unseren Kindern das nicht mehr an, weil hier Erziehungspraktiken vorherrschen, die nicht mehr ins Jahr 2007 passen.)

In het begin van het interview brengt interviewer Grothe al ter sprake dat journalisten van de Duitse zender ZDF zijn aangeklaagd, omdat ze kritisch hadden bericht over steinerscholen. Hij noemt eveneens enkele clichés die betrekking hebben op steinerscholen.

‘Waldorfscholen zijn de betere scholen. Daar kent men geen handboeken, geen zittenblijvers, er wordt voortdurend gezongen, geschilderd en iedereen is lief voor mekaar. Tot zover de gangbare clichés. Momenteel is er echter kritiek op de waldorfscholen en de daarachter staande antroposofen. Onder andere het FAZ had kritisch over grondlegger van de antropo­sofie Rudolf Steiner geschreven, wat de antroposofen niet over hun kant lieten gaan. Jour­nalisten van ZDF, die kritisch berichtten, werden zelfs aangeklaagd.’

(Waldorfschulen sind die besseren Schulen, da gibt’s keine Noten, keine Sitzenbleiber, es wird dauernd gesungen, gebastelt und alle sind nett zueinander. So die gängigen Klischees. Nun stehen aber die Waldorfschulen und die dahinterstehenden Anthroposophen in der Kri­tik. Unter anderem die FAZ hat Kritisches über Anthroposophieerfinder Rudolf Steiner ge­schrieben, was sich die Anthroposophen so nicht gefallen lassen. Journalisten des ZDF, die Kritisches berichteten, wurden sogar verklagt)

Hetzelfde maakten afgelopen zomer de journalisten van de Duitse zender Klartext mee. Die hadden bericht over kindermishandeling in een instelling die volgens steinerpedagogische principes werkt. Er werden door de advocaten van de steinerscholen onmiddellijk dwangsommen geëist als de bezwarende reportage niet van het internet zou worden verwij­derd.

Eerder  kregen ook al de journalisten van de nationale zender SWR ervanlangs, maar bleven overeind en wonnen in 2007 de juridische strijd om het uitzenden van de 45 minuten durende reportage ‘Wie gut sind Waldorfschulen’. Mijns insziens is op dit moment deze documentaire voor ouders een van de meest toegankelijke bronnen wat betreft de praktijk op steinerscholen (spijtig genoeg Duits zonder ondertiteling). In de documentaire komen voor- en tegenstanders uitgebreid aan bod en aan de hand van beelden die tijdens het klasgebeuren zijn opgenomen, geven enkele deskundigen op het gebied van didactiek commentaar op wat ze zien.

Een van hen is dr. Jens Holger Lorenz, professor rekendidactiek aan de Pädagogischen Hochschule Heidelberg. Professor Lorenz analyseert de beelden die hij van rekenlessen in het 3de studiejaar heeft gezien en besluit:

‘Mijn  indruk was dat het om te beginnen geen rekenonderwijs was, omdat er zoveel niet-relevante za­ken aan bod kwamen. Er werd gezongen, er werd bewogen, er werd allerlei gedaan, maar met getallen, rekenen of wiskunde had dat weinig te maken.’

(Mein Eindruck war zu Beginn, dass es überhaupt kein Mathematikunterricht, weil unheimlich viel inhaltsfremdes gemacht wurde. Es wurde gesungen, es wurde sich bewegt, es wurde viel gemacht, nur mit Zahlen mit Rechen mit Mathematik hatte das wenig zu tun)

‘Ik zie kinderen die eigenlijk meer met hun motoriek bezig zijn door op en af hun stoel of bank te springen en zich om te draaien. Dat neemt concentratie weg die de kinderen dan niet langer ter beschikking hebben om rekenkundige inhouden op te nemen.’

(Ich sehe dabei Kinder, die eigentlich mehr mit Ihrer Motorik beschäftigt waren, also auf den Stuhl oder diese Bank zu springen, herunterzuspringen und sich rumzudrehen, das nimmt ja Konzentration in Anspruch und die Kinder haben diese Konzentration dann nicht mehr zur Verfügung mathematische Inhalte)

Wat ik hier gezien heb, was vooral een onderwijs dat relatief weinig individualiseert en de individualiteit van het kind praktisch niet in ogenschouw heeft genomen.

(Was ich hier gesehen habe, war zum anderen ein Unterricht, der relativ wenig individualisiert hat, der die Individualität des Kindes praktisch nicht berücksichtigt hat)

Bron: documentaire dr. Krauss

Ook dr. Franz Monks, die de reputatie heeft de ‘paus’ van het onderzoek naar be­gaafdheid te zijn, heeft weinig lovende woorden over voor de steinerscholen. Hij werkt re­gelmatig met leerlingen van steinerscholen.

‘Strikt genomen is het een onpedagogie, omdat het een pedagogie is die op geen enkele wijze empirisch gefundeerd is. De steinerpedagogie is een pedagogie die een bepaald systeem oplegt, maar het kind niet de vrijheid geeft om zich werkelijk te ontwikkelen naargelang zijn innerlijke impulsen.’

(Im Grund genommen ist es eine Unpädagogik , weil es eine Pädagogik ist, die in keinster Weise empirisch fundiert ist…. die Waldorfpädagogik ist eine Pädagogik, die ein bestimmtes System auferlegt, aber dem Kind nicht die Freiheit gibt sich wirklich zu entwickeln, entspre­chend seinen oder ihren inneren Impulsen)

‘Het kind lijdt daaronder, omdat het zichzelf voortdurend moet terughouden. Het weetgierige kind kan daardoor vals worden, kan daadoor een storingsveld worden. En dat brengt vaak ouders bij ons die hun kind niet meer herkennen, die zeggen: Ons kind heeft zich ontwikkeld op een manier die we niet voor mogelijk hielden.’

(Das Kind leidet darunter. weil es sich ständig zurückhalten muss. Das wiss-begierige Kind kann dadurch faul werden, kann dadurch ein Störenfried werden und das bringt oft die El­tern zu uns wir erkennen unser Kind nicht mehr, das hat sich so entwickelt, wie wir es nie für möglich gehalten haben)

Bron: documentaire dr. Krauss

Dichter bij huis

‘Kinderen niet meer herkennen’ was ook de vaststelling die ik na enkele jaren steinerschool bij mijn drie kinderen deed. Ze dragen daar nu, meer dan twee jaar later, nog de sporen van. Een aantal ou­ders liet me weten dat ook hun kinderen last hebben van de naweeën van het schoollopen op de steinerschool. Een aandachtige ouder en een leerkracht maakten me erop attent dat op dezelfde steinerschool waar mijn kinderen schoolliepen, heel veel leerlingen de school al tijdens de lagereschoolcyclus verlaten. Bij nazicht bleek dat de helft van de leerlingen lagereschool die op 1 september 2003 waren gestart de school al terug had verlaten voor 1 september 2007. Ik onderzocht wat de redenen hiervoor waren en besloot de ouders van de 80 uitgevallen leerlingen te contacteren en hen de vraag te stellen wat de reden was dat ze hun kind van school hadden laten veranderen. Uiteindelijk lukte het me om de ouders van 61 leerlingen te bereiken.

In volgorde van belangrijkheid kunnen de opgegeven redenen om het kind van school te ver­anderen als volgt worden ingedeeld (er rekening mee houdend dat sommige ouders meer­dere redenen aanhaalden):

  • Pedagogische/didactische aanpak (22 keer aangehaald)
  • Zorg/structuur (20)
  • Sociaal/emotioneel aspect (16)
  • Voorkeur ander onderwijssysteem (12)
  • Leerstofaanbod/uitdaging (11)
  • Kind kon niet mee in de klas (8)
  • Andere reden (4)

Twee zaken haalden de geïnterviewde ouders opvallend vaak aan:

  • dat leraren op steinerschool onvoldoende pedagogisch geschoold zijn.
  • dat de steinerschool haar beloften inzake leerstofaanbod niet nakomt. De meeste ouders, waaronder ook ik, had men het beeld opgehangen dat de steinerschool op zijn minst gelijke voet houdt met het reguliere onderwijs (maar met een andere methode)

Kortom: heel wat mensen voelen zich bedrogen. Iets dat hierboven de voorzitter van het Duitse Lerarenverbond ook al aangehaalde.

Vraag is of steinerscholen de moed hebben om hun problemen aan te pakken, zodat ze uit deze malaise kunnen komen. Het zou in ieder geval een mooie nieuwe start zijn.

Ramon DJV

PRINTVRIENDELIJKE VERSIE

Advertenties

Over Ramon De Jonghe
Vader van vier kinderen waarvan er drie naar de steinerschool gingen. Studeerde aan een antroposofische hogeschool, was opvoeder en bestuurslid in een steinerschool, medewerker in een bibliotheek van de Rudolf Steiner Academie. Voor de Antroposofische Vereniging trad hij op als info-verstrekker aangaande antroposofie en haar werkgebieden. Auteur van o.a. het schotschrift ‘Focus op de steinerschool - Onderwijs op maat van wie?’

2 Responses to Overzicht

  1. Juf Hetty says:

    Dag Ramon,
    Het is zonder meer goed dat je kritisch bent. Als Vrije School leerkracht heb ik op verschillende Vrije Scholen gewerkt en gemerkt hoe verschillend het er aan toe kan gaan op de ene of de andere school. Dit heeft te maken met de mensen die er werken, niet om wat Steiner en naaste medewerkers hebben geschreven. Hoe gaan de leerkrachten om met de ideeën van Steiner, met elkaar, de kinderen, de ouders? Ik denk dat je de realiteit te kort doet door te generaliseren, althans zo komt het over.
    Ik werk nu al jaren op een Vrije School in een team dat zelf-kritisch durft te zijn, waar veel gelachen wordt, waar men hardop durft te twijfelen aan een bepaalde aanpak, waar kinderen en mogen worden wie ze zijn, waar je als leerkrachten elkaar durft aan te spreken, En natuurlijk is het niet perfect, dat is het nergens. Maar er is elke dag weer groeiruimte.
    Dit is voor mij één van de allerbelangrijkste aanwijzingen van Steiner: dat een leraar steeds weer zijn zelfopvoeding ter hand neemt. Een leerkracht die steeds weer zichzelf beetpakt om de dag terug te blikken om te zien waar nog iets ligt, welke nieuwe goede gewoonten nodig zijn, hoe je je klas of een individueel kind verder kunt helpen is een leerkracht die zelf leerling durft te zijn. Als je op die manier de werken van Steiner leest dan kom je nooit op het idee om zaken letterlijk over te nemen, want dan lees je met je hart.
    Voor mij werkt Steiner zo: vanaf mijn vierde wilde ik juf worden en in de loop der jaren zag ik voor me hoe dat er uit zou zien. Pas toen ik bijna klaar was met de PABO kwam ik er achter dat de school van mijn dromen al was uitgevonden: de Vrije School! Ik lees Steiner’s werken dus “vindend” en niet “zoekend.”
    Misschien is het voor jou ook eens interessant bij Vrije Scholen op bezoek te gaan waar het wel goed werkt, juist met je kritische blik houdt je jezelf dan ook scherp.
    Hartelijke groet van Hetty

  2. Ramon DJV says:

    Hallo Hetty,

    Volgens mij heeft de manier van werken in een school zowel te maken met de theoretische achtergrond als met de praktische kant. Op welke manier mensen op een school invulling geven (of mogen geven) aan die theorie bepaalt natuurlijk veel.

    Wat generaliseren betreft. Vergeet niet dat er een verschil is tussen een individuele school en een scholengroep. Over het laatste heb ik het. Mij is het alsnog onmogelijk iedere school van de 600 wereldwijde steinerscholen te kennen. Ik hoef die ook niet allemaal te kennen om te weten dat er verschillende gradaties zijn, gaande van zeer zwak tot uitmuntend. Bovendien: als ik vandaag zeg dat op steinerscholen voetballen taboe is, komt morgen wel iemand zeggen: ‘Hé wacht eens, bij ons op school is een leraar die…’
    Op de duur kan een mens eigenlijk niks meer zeggen, begrijp je.
    Wanneer individuele scholen van één bepaald onderwijsnet steeds maar weer dezelfde problemen blijven opleveren, dan komt generaliseren vanzelf. Die problemen komen zo vaak voor dat het begint op te vallen en dan komen die uiteindelijk samen als algemeen probleem. Dat is natuurlijk zonde voor die scholen waar het wel goed gaat, maar dat hebben ze dan, vind ik, aan hun zusjes te danken, niet aan degene die generaliseert. Hogervorst, toch nog altijd een antroposoof, generaliseert in de laatste Driegonaal de vrijescholen al aan de hand van voorbeelden van gesignaleerde problemen in één school.

    Dat Steiner er leraren op wees om aan zelfopvoeding te doen…klopt. Maar hoe zit het in de praktijk? Doen globaal genomen steinerschoolleerkrachten aan zelfopvoeding? Want dan moeten ze naar zichzelf kijken. Ken je het meest voorkomende beeld dat mensen die de steinerschool kennen van een steinerschoolleerkracht hebben?

    En ik hoop dat in jullie school die openheid waarover je spreekt er is, want dan kan er heel goed onderwijs ontstaan. Ik ben al in steinerscholen op bezoek geweest waar ik de indruk had dat men meer met onderwijs dan met Rudolf Steiner ‘verkopen’ bezig was. Ik heb dat als positief ervaren. Verder ben ik ook al in steinerscholen geweest waar hier en daar iemand liep buiten de schoolgemeenschap ook nog een heel leven had. Ik denk dat die mensen de zaak kunnen redden.
    Misschien ben jij een van die mensen.

    Groet
    Ramon

%d bloggers liken dit: