Steinerschool Antwerpen

Verslag schooldoorlichting Rudolf Steinerschool Antwerpen, Volksstraat 40, 2000 Antwerpen, schooljaar 2008-2009

Conclusies en advies

Conclusies

Voor het onderwijskundig en onderwijsondersteunend functioneren moeten de volgende tekorten worden weggewerkt:
1.  De school toont onvoldoende aan dat zij de eindtermen Nederlands en wiskunde bereikt. De concretisering van het onderwijsaanbod garandeert onvoldoende continuïteit en inhoudelijke gelijkgerichtheid door onvoldoende kaders en transparantie op schoolniveau en door de autonomie van de leerkrachten.
2.  De school realiseert onvoldoende haar zorgvisie met de klasleerkracht als eerstelijnsverantwoordelijke met aandacht voor preventie en remediëring. Zij investeert onvoldoende in de ontwikkeling van de handelingsbekwaamheid van de leerkrachten en realiseert onvoldoende klasinterne ondersteuning en curriculumdifferentiatie in de lagere afdeling.
–  Het risicobeheersingsbeleid in deze school voldoet.
–  De naleving van de andere wettelijke bepalingen in deze school voldoet.

Advies

In uitvoering van het Decreet van 17 juli 1991, inzonderheid het artikel 5, alsmede in uitvoering van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de wijze waarop sommige bevoegdheden van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap worden uitgevoerd van 2 februari 1999, artikel 10, wordt een gunstig advies voor de schooljaren 2008-2009, 2009-2010 en 2010-2011 uitgebracht voor verdere erkenning en subsidiëring.

Vanaf  september 2011 moet de school kunnen aantonen dat de tekorten, die in de conclusies worden vermeld, zijn weggewerkt. Het verslag van deze controle maakt integraal deel uit van dit schooldoorlichtingsverslag.

Om een idee te krijgen waarop de onderwijsinspectie haar conclusies zoal heeft gebaseerd, volgt hieronder een greep uit die punten die volgens de onderwijsinspectie voor verbetering vatbaar zijn. In het volledige inspectieverslag zijn alle zaken die voor verbetering vatbaar zijn heel helder weergegeven. En niet te vergeten: ook die zaken waarin de school goed is, worden in het inspectieverslag opgesomd. Hier gaat het nu vooral om enkele punten die voor verbetering vatbaar zijn en die niet uniek zijn voor de betreffende steinerschool.

Over het realiseren van een algemene basisvorming weten de inspecteurs onder andere het volgende te vertellen:

De school heeft beleidsmatig een moeilijke periode achter de rug met veel spanningen en conflicten. Na een moeilijke periode met veel directiewisselingen en weinig continuïteit in het schoolbestuur, was er een onduidelijke beleidsstructuur en een vertroebeld klimaat. Een krachtig schoolbestuur, in samenspraak met de directies van de basis- en de secundaire school, investeerde in de verheldering van de conflictsituaties uit het verleden en de transparante toewijzing van verantwoordelijkheden in het beleid van de school.

De Rudolf Steinerschool rekruteert vooral kinderen uit gezinnen waar ouders doelbewust kiezen voor de pedagogische visie en de aanpak van de school. Hoewel de school kinderen heeft uit alle lagen van de bevolking overwegen kinderen van hoger opgeleide ouders. De kinderen komen uit de ruime omgeving van Antwerpen. Enkel in de vestiging ‘De Kleine Wereldburger’ wonen de kinderen in de buurt van de school.
Toch zijn er in de hogere klassen leerlingen met een schoolse vertraging die niet samenhangt met de latere instroom op basis van leeftijd. Meestal zijn deze leerlingen met schoolse vertraging neveninstromers, waarvan vaak kinderen met een leerproblematiek. De ouders van deze neveninstromers kiezen voor de pedagogische aanpak via de Steinerpedagogie en hopen om op deze wijze een verwijzing naar het buitengewoon onderwijs te vermijden. De school krijgt gon-ondersteuning voor 14 leerlingen. Ondanks de vele kinderen met specifieke zorg beschikt de school slechts over een beperkt aantal zorglestijden. De school investeert met een aantal ambulante lestijden in de uitbouw van haar zorgbeleid. Op dit moment financiert de school zelf een aantal bijkomende lestijden om haar onderwijs optimaal te organiseren vermits zij door de herstructurering tijdelijk nog niet over deze lestijden beschikt.

Er is maar beperkte aandacht voor het ‘werkelijkheidsgericht’ onderwijs met een open blik naar de wereld. Dit is in grote mate een bewuste keuze vanuit de visie. De jaarfeesten zijn de basis om de belangstellingspunten in te vullen. Een aantal feesten worden op een externe locatie gevierd. Er worden weinig uitstappen georganiseerd om de omgeving te verkennen. In het onderwijsaanbod krijgt de inbreng uit de ervaringswereld van de kinderen en de actualiteit slechts in beperkte mate aandacht. In de lagere afdeling creëert men bewust een prikkelarme omgeving en worden ondersteunende middelen zoals ordeningskaders en stappenplannen nauwelijks of zeer selectief gebruikt. Er is een sterke leerkrachtgestuurde en klassikale benadering waardoor er in beperkte mate aandacht is voor probleemoplossend onderwijs en voor oplossingsstrategieën. Op schoolniveau is er geen traditie om visuele ondersteuning aan te reiken voor de kinderen die daar nood aan hebben.

Wat over het realiseren van een brede ontwikkeling, toch een van de stokpaardjes van steinerscholen, wordt gezegd, is ook niet mis:

De school bewaakt nog niet op transparante wijze of en hoe zij de ontwikkelingsdoelen nastreeft en de eindtermen bereikt bij de kinderen. De reeds uitgewerkte eigen leerlijnen worden door leerkrachten verschillend gehanteerd in de onderwijspraktijk en de controle op de realisatie ervan ontbreekt. Door de grote autonomie van de leerkracht wordt de continuïteit van het onderwijs onvoldoende gegarandeerd op leerling-, klas- en schoolniveau. Wisselingen binnen het team veroorzaken breuklijnen in het leerproces en leiden daardoor tot leerachterstanden vooral in de hoogste klassen voor Nederlands en wiskunde.
Teamleden zijn duidelijk zoekende om het taalonderwijs Nederlands te optimaliseren. De doelen voor luisteren, spreken en lezen komen vooral indirect en vaak verschillend aan bod, onder meer via de vertelstof als pedagogisch-didactische aanpak. De hogere klassen focussen sterk op de technische aspecten van taalbeschouwing en spelling. Er is nog geen lijn om de nieuwe accenten voor taalbeschouwing in de school te verankeren wat leidt tot grote verschillen in concretisering binnen het team. De school beschikt over leerlijnen, maar de grote autonomie die leerkrachten hebben, maakt dat niet alle leerkrachten deze leerlijnen gebruiken of gelijkgericht aanwenden om het aanbod te optimaliseren. Hierdoor ontstaat soms een onderwijskundige achterstand die de school pas vaststelt als een leerkracht de school verlaat. De nieuwe klasleerkrachten pogen deze achterstand zoveel mogelijk weg te werken. Op eigen initiatief baseren sommige leerkrachten zich op spellingsprogramma’s om een continue systematische opbouw te realiseren. Op schoolniveau ontbreekt een eenduidige transparante opbouw die niet leerkrachtafhankelijk is. Voor het leergebied wiskunde kan de school onvoldoende aantonen in welke mate zij de basiscompetenties voor wiskunde aanbiedt en bereikt. Op schoolniveau overheerst de aandacht voor de technische aspecten met een beperkte verruiming naar realistische contexten. De afnameresultaten van het genormeerd leerlingvolgsysteem duiden op de grote leerachterstanden van vele leerlingen uit de hoogste klassen in vergelijking met de leerprestaties van leeftijdsgenoten. Sommige leerkrachten raadplegen daarom bestaande onderwijsleerpakketten als inspiratiebron om het aanbod te concretiseren met het oog op een meer systematische en graduele verticale opbouw.

Zorgvisie is al lang een hekelpunt voor steinerscholen, wat ook op deze steinerschool van toepassing is.

In de onderwijspraktijk realiseert de school nog onvoldoende haar zorgvisie. De school concretiseerde onlangs deze zorgvisie waarbij de klasleraar de eerstelijnsverantwoordelijke is voor de zorg. In de praktijk focussen de meeste leerkrachten in het onderwijsaanbod sterk op het onderwijsaanbod van de totale klasgroep met te weinig aandacht voor doelgerichte differentiatie. Een gerichte afstemming op de individuele zorgvragen van de kinderen ontbreekt nog vaak en is afhankelijk van de handelingsbekwaamheid van de leerkracht.
De effectieve ondersteuning van leerkrachten als eerstelijnsverantwoordelijke en de ontwikkeling van de handelingsbekwaamheid van leerkrachten krijgt nog onvoldoende aandacht. De taakinvulling van de zorgcoördinator focust nog sterk eenzijdig op de afname van toetsen en het registreren in het leerlingvolgsysteem op leerlingenniveau. In de opdracht ligt de focus eveneens op veelvuldige gesprekken met ouders en externe hulpverleners. Vaak doet de school een beroep op de ouders en externe deskundigen om leerachterstanden op te vangen. Op schoolniveau ontbreekt een gestructureerde handelingsplanmatige aanpak om kinderen met een specifieke zorgvraag te begeleiden in hun leerproces.

Voor het onderwijsondersteunend functioneren blijkt dan weer dat er te weinig voeling is met actuele onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat is ook niets nieuws, want steinerscholen zonderen zich al vanaf hun ontstaan af van de rest van het onderwijsveld.  Wanneer het uiteindelijk over onderwijskwaliteit gaat, benadrukt de onderwijsinspectie enkele tekorten, wat betekent dat het verkregen gunstig advies in de tijd zal worden beperkt. Concreet betekent dit een jaarlijkse tussentijdse controle en dit drie jaar lang. En wel om volgende reden:

De school toont onvoldoende aan dat zij de eindtermen Nederlands en wiskunde bereikt. De concretisering van het onderwijsaanbod garandeert onvoldoende continuïteit en inhoudelijke gelijkgerichtheid door onvoldoende kaders en transparantie op schoolniveau en door de autonomie van de leerkrachten. De school realiseert onvoldoende haar zorgvisie met de klasleerkracht als eerstelijnsverantwoordelijke met aandacht voor preventie en remediëring. Zij investeert onvoldoende in de ontwikkeling van de handelingsbekwaamheid van de leerkrachten en realiseert onvoldoende klasinterne ondersteuning en curriculumdifferentiatie in de lagere afdeling.

Het grote struikelblok is taal en wiskunde.

Het volledige inspectieverslag

Advertenties

Over Ramon De Jonghe
Vader van vier kinderen waarvan er drie naar de steinerschool gingen. Studeerde aan een antroposofische hogeschool, was opvoeder en bestuurslid in een steinerschool, medewerker in een bibliotheek van de Rudolf Steiner Academie. Voor de Antroposofische Vereniging trad hij op als info-verstrekker aangaande antroposofie en haar werkgebieden. Auteur van o.a. het schotschrift ‘Focus op de steinerschool - Onderwijs op maat van wie?’

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: