Pedagogisch-didactisch geweld (3)

Een van de belangrijkste elementen uit de steinerpedagogie die in de dagelijkse klaspraktijk wordt ingezet, is de door Rudolf Steiner ontwikkelde temperamentenleer.5 Deze typologieleer deelt kinderen op basis van zowel biologische als persoonlijkheids- kenmerken vrij rigide in vier verschillende types in: sanguinisch, flegmatisch, melancholisch en cholerisch.

Los van het feit dat dit soort indelingen al dan niet kinderen geweld aandoet, is het interessant om door middel van een voorbeeld laten zien wat het gebruik van deze temperamentleer voor de klaspraktijk betekent en hoe daardoor geweld wordt getolereerd, ja, zelfs gecultiveerd. Men huldigt namelijk in de steinerschool het principe dat kinderen in de klas moeten gegroepeerd worden volgens temperament. Voor elk van de vier groepen gelden daarvoor andere argumenten. In dit kader is het argument om cholerische kinderen te groeperen van belang. Cholerische kinderen, die men het kenmerk ‘opvliegend’ toebedeelt, worden namelijk samen gezet opdat ze aan mekaar ervaren hoe vervelend agressief gedrag is. Kinderen die opvliegend, agressief zijn en moeilijk hun handen kunnen thuishouden, moeten mekaar ‘duidelijk maken’ dat dit soort storend gedrag niet kan. Dit geheel volgens de richtlijnen van de grondlegger van de steinerschool.

‘… hoe heilzaam het is voor cholerische kinderen als je ze allemaal in een hoek van de klas bij elkaar zet! Daardoor verlos je de klas van het voortdurend vermanen. Deze ‘wilden’ voeden nu zichzelf op tot enige bezonnenheid, en ze doen dat nog vrij voorzichtig ook, omdat iedere vechtjas weet, dat zijn buurman die hij een stomp verkoopt, hem onmiddellijk een stomp terug zal geven.6

Men hoeft geen pedagoog of socioloog te zijn om te weten dat geweldenaars hun gewelddadig gedrag niet wordt verminderd door hen ergens samen in een hoekje te zetten. Mocht dit wel zo zijn, zou het hooligan-probleem zich al lang vanzelf hebben opgelost. Moderne sociologen zien omgevingsfactoren daarentegen als bepalend voor de mate waarin geweld voorkomt.

‘Centraal in een sociologische benadering staat de context waarin geweld wordt gepleegd. Die sluit aan bij de opvatting dat agressie aangeleerd is en/of gestimuleerd wordt door de omgeving.’7

De temperamentenleer is niet alleen vanuit psychologisch oogpunt achterhaald, maar vanuit sociologisch oogpunt ook quasi onmogelijk te verdedigen.

Een ander achterhaald didactisch middel dat in de steinerschool nog altijd ingang vindt, is het straffen. Zowel uit de vakliteratuur8, uit de media9, als uit talrijke getuigenissen10 blijkt dat de fysieke straf nog altijd opgeld maakt in de steinerschool. In Duitsland, de bakermat van de steinerscholen en het grote voorbeeld voor steinerscholen wereldwijd, wordt het straffen min of meer aanvaardbaar gemaakt in de vorm van een boek met als titel  ‘Die Strafe in der Selbsterziehung und in der Erziehung des Kindes11, dat er tot de standaardwerken op opleidingen tot vrijeschoolleerkracht behoort. In een reeks werken uitgegeven door het Pedagogisch Onderzoekscentrum van de Bond van steinerscholen [Duits:Waldorfschulen] is het zelfs band 1. Het boek moest in 1993 worden aangepast omdat het in strijd was met de wet op de lijfstraffen. Een van de auteurs is nog leerling van Steiner geweest en omdat men zich in de steinerschoolbeweging eng aan de werken van Steiner en zijn leerlingen relateert12, is het dan ook niet verwonderlijk dat fysieke straf niet als ongepast wordt gezien. Als zelfs Steiner vond, in tegenstelling tot andere reformpedagogen uit zijn tijd die zich afzetten tegen het ‘te harde’ klassieke onderwijs, dat een beetje ranselen of een oorvijg af en toe wel kon.

‘Aber unter Umständen kann es auch einmal notwendig sein, dass man sogar ein bisschen prügelt… Man gibt physische und astrale Ohrfeigen. Es ist eigentlich gleich, welche man gibt. Aber Ohrfeigen darf man nicht sentimental geben.’13

(R. Steiner, Konferenzen mit den Lehrern der Freie Waldorfschule, GA300b, p.73, p83)

Noten

5 Meer over de temperamentenleer bij D. Crum, Onderwijs als kunst – Grondbeginselen en methoden van de Vrije Scholen, Wolters-Noordhoff 1983
6 R.Steiner & A.Steffen, Een weg tot volwassenheid, Vrije Geestesleven 1978
7 P.Mahieu (red.R.Boonen), Geweldig: Kracht, macht en een slecht gedacht – een sociologische reflectie over geweld en scholen, Garant 2006
8 F. Beckmannshagen, Rudolf Steiner und die Waldorfschulen. Eine psychologisch-kritische Studie, ed. J. Paul 2008 Zomereditie Vordenker.de, eerste uitgave Paul-Hans Sievers Verlag Wuppertal 1984, p.28
9 V.Droeven, Laatste kans voor school met lijfstraffen, De Standaard 27/07/2010
10 Zie rubriek Getuigenissen
11 E.Gabert & G.Kniebe, Die Strafe in der Selbsterziehung und in der Erziehung des Kindes, Freies Geistesleben 1993
12 H.Zander, Anthroposophie in Deutschland, Vandenhoek  en Ruprecht 2007
13 R.Steiner, GA 300, p.73, p.83, vrij vertaald rdjv: ‘Men geeft fysieke en astrale oorvijgen. Het maakt niet uit welke men geeft. Maar oorvijgen mag men niet sentimenteel geven’ … Onder omstandigheden kan het wel een keer nodig zijn om een beetje te ranselen. ‘

Reageren kan onder deel 1.

Advertenties

Over Ramon De Jonghe
Vader van vier kinderen waarvan er drie naar de steinerschool gingen. Studeerde aan een antroposofische hogeschool, was opvoeder en bestuurslid in een steinerschool, medewerker in een bibliotheek van de Rudolf Steiner Academie. Voor de Antroposofische Vereniging trad hij op als info-verstrekker aangaande antroposofie en haar werkgebieden. Auteur van o.a. het schotschrift ‘Focus op de steinerschool - Onderwijs op maat van wie?’

One Response to Pedagogisch-didactisch geweld (3)

  1. Pingback: Alea iacta est « Steinerscholen.com

%d bloggers liken dit: