Ad hoc geweld (4)

Een van de belangrijkste elementen uit de steinerpedagogie is de karma- en reïncarnatieleer: de leerlingen in een klas en hun leraar kennen elkaar vanuit een vorig leven en hebben een rekening uitstaan die moet worden vereffend.

De leer houdt onder andere in dat een mens reeds in een voorgeboortelijk leven heeft gekozen voor het leven dat hij nu leeft, met alle gemakken en ongemakken die bij dit leven horen. Steinerpedagogen kunnen dit gegeven gebruiken om pesterijen en ander geweld te ‘verklaren’ en zodoende te legitimeren. Een van de aspecten van de leer is dat niet mag worden ingegrepen in het karma. Een andere bijzonderheid van deze karmaleer m.b.t. kind en ontwikkeling is bijvoorbeeld dat ‘een kind zich zonder pijn niet kan ontwikkelen richting vervolmaking’14.

‘Denken Sie sich, ein Kind soll sich entwickeln, um sich im Hinblick auf sein späteres Erwachsensein zu vervollkommnen. Da muß es alles erst lernen. Es muß stehen und gehen lernen, es muß lernen, sich selbst im Gleich gewicht zu halten; dabei wird es auch öfters hinfallen. Wenn mit dem Hinfallen kein Schmerz verknüpft wäre, so würde das Hinfallen keine Wirkung in der Richtung der Vervollkommnung der Fähigkeiten haben. Um sich zu vervollkommnen, muß eben Unvollkommenes im Leben vorhanden sein.’  (R. Steiner, GA 88)

In bepaalde gevallen wordt deze leer aangewend als vrijgeleide om pedagogische uitglijders te vergoelijken. Ouders van kinderen die de meest absurde straffen worden opgelegd15, worden dan geconfronteerd met ‘theorieën’ van Steiner die ieder zinvol gesprek onmogelijk maken. Meestal komt het erop neer dat het de schuld van het kind is en dat het er zelf voor heeft gekozen. Ter illustratie een bekend antroposoof en hoogleraar die dit ‘eigen-schuld-principe’ duidt.

‘Wij hebben  bijvoorbeeld in de antroposofie de dakpanoefening. Dat betekent eigenlijk dat alles wat je overkomt, toeschrijft als iets wat je zelf gewild hebt. Als ik in het gefingeerde voorbeeld op straat loop en een dakpan op mijn hoofd krijg, dan moet ik me eigenlijk proberen voor te stellen, dat ik een paar ogenblikken eerder dat dak opgeklauterd ben en die dakpan losgewrikt heb en net op mijn eigen hoofd heb laten komen.’ 16

Dit is direct gerelateerd aan de karma- en reïncarnatieleer van Steiner die in steinerscholen wordt aangewend.  Dat steinerpedagogen zich daadwerkelijk van deze gezichtspunten bedienen om wantoestanden te verklaren, blijkt niet alleen uit eigen ervaringen, maar ook uit antroposofische literatuur. Aan de hand van concrete voorbeelden wordt door het antroposofisch tijdschrift Driegonaal de steinerschool (anno 2007) in beeld gebracht.

‘8. Op het schoolplein wordt nauwelijks echt gespeeld. Kinderen maken ruzie, zitten elkaar achterna, er wordt geschopt en geslagen, al dan niet in de vorm van ‘spel’. Introverte kinderen proberen zich van alles en iedereen afzijdig te houden.

9. De ouders van een bepaalde klas beginnen wat bezorgd te worden. Er is veel onrust en gedoe … Een goed gesprek op een ouderavond moet het vertrouwen herstellen. De leerkracht vertelt die avond dat hij er zeer mee geworsteld maar nu weet hoe het zit: de kinderen zijn eigenlijk allemaal ‘oude’ Romeinen.’17

Met deze verwijzing naar de ‘oude’ Romeinen, d.w.z. gereïncarneerde Romeinen, legt de leerkracht de problematiek naar de vorige levens van zijn leerlingen en ontslaat hij zichzelf van de verantwoordelijkheid de klas in de hand te houden. Want de Romeinen waren een strijdlustig, wreed en niet in te tomen volk en dat is volgens de leraar ‘deze gereïncarneerde Romeinen’ nog aan te zien.

Het is deze manier van geweld  proberen goed te praten die maakt dat ad hoc geweld zich zonder meer kan manifesteren in de steinerschool: er wordt een quasi spirituele verklaring uit de antroposofie aan gegeven die iedere ouder die niet bekend is met de antroposofie ongelooflijk vreemd in de oren klinkt.

Het voorgaande (deel 1, 2, 3 en 4) in beschouwing genomen is het niet opportuun de steinerschool een veilige haven te noemen die aan de voorwaarden voldoet om kinderen een voldoende emotionele, sociale en cognitieve basis te laten leggen voor hun verdere leven.

Noten

14 R.Steiner, Über die astrale Welt und das Devachan, GA 88, RSV 1999
15 B. Maeckelbergh, Lijfstraffen in steinerschool, Het Nieuwsblad 29/04/2009 (naar artikel)
16 H.Verbrugh, Misverstanden rond een dakpan, Skepter jaargang 10, maart 1997
17 J. Hogervorst, Vrije Scholen op de tweesprong, Driegonaal 2007

Reageren kan onder deel 1.

Advertenties

Over Ramon De Jonghe
Vader van vier kinderen waarvan er drie naar de steinerschool gingen. Studeerde aan een antroposofische hogeschool, was opvoeder en bestuurslid in een steinerschool, medewerker in een bibliotheek van de Rudolf Steiner Academie. Voor de Antroposofische Vereniging trad hij op als info-verstrekker aangaande antroposofie en haar werkgebieden. Auteur van o.a. het schotschrift ‘Focus op de steinerschool - Onderwijs op maat van wie?’

%d bloggers liken dit: