Temperamentenleer

In de antroposofische gereedschapskist is Rudolf Steiners temperamentenleer een van de belangrijkste onderdelen die de steinerpedagoog  voor de dagelijkse klaspraktijk ter beschikking heeft.

Oorspronkelijk was de temperamentenleer [1] gebaseerd op de theorie dat bij elk van de vier verschillende lichaamssappen een bepaald persoonlijkheidstype behoort: het sanguinische (bloed), het flegmatische (slijm), het cholerische (gal) en het melancholische (zwarte gal). Steiner nam de terminologie van Hippocrates over en bracht de vier temperamenten in verband met de vier wezensdelen: ik-, astraal-, ether, en fysiek lichaam. Wat het indelen volgens temperament tot gevolg kan hebben (en in de praktijk is dit eerder regel dan uitzondering), is een stereotypering van kinderen op basis van uiterlijke kenmerken. In een syllabus [2] van de antroposofische lerarenopleiding van Hogeschool Helicon zijn bijvoorbeeld volgende typeringen terug te vinden.

‘…De sanguinische mens heeft meestal een harmonische lichaamsbouw, vaak stralende blauwe ogen met een open blik, een wipneus, is goedlachs, vlug in zijn bewegingen, een vlotte spreker …

De cholericus is kort van stuk, wat gedrongen, hij heeft een brede schedel, een forse hoekige kin, een brede neus, een vurig oog, een vaste gesloten mond, brede handen, trotse houding van het hoofd, vaak een stierenek en brede schouders, een flinke sterke haardos, vaak krullend haar, donker of rood.  …

De melancholicus is lang en smal, wat gebukt, slap in zijn houding, hij heeft afzakkende schouders, kleine kin, lange neus, diepliggende ogen, die donker en treurig zijn, donker, dun, steil haar. Hij is onzeker en slepend in zijn tred. De bovenlip is smal, de onderlip hangt wat slap, diepe groeven in het gelaat, dat vaak scheef gehouden wordt. …

Flegmatisch – De gestalte is kort en rond. Alles aan het lichaam neigt tot rondingen. De ogen zijn klein en vriendelijk, vaak blauw en kijken tevreden om zich heen en nemen veel meer waar dan ze verraden. Het haar is licht, de huid gaaf en rose…’[3]

Steiner gaf over de omgang met de verschillende temperamenten enkele didactische aanwijzingen die een mens de wenkbrauwen doen fronsen.

‘…Een enkel voorbeeld (de andere staan in de genoemde cursus voor Engelse leraren), namelijk: hoe heilzaam het is voor cholerische kinderen als je ze allemaal bij elkaar in één hoek van de klas zet! Daardoor verlos je de klas van het voortdurende vermanen. Deze `wilden’ voeden nu zichzelf op tot enige bezonnenheid, en ze doen dat nog vrij voorzichtig óók, omdat iedere vechtjas weet, dat zijn buurman, die hij een stomp verkoopt, hem onmiddellijk een stomp terug zal geven. En ook de flegmatische kinderen, die op een kluitje zitten, krijgen er méér dan genoeg van om altijd maar met elkaar flegmatisch te zitten zijn. Ze proberen al gauw, omdat het anders zo vreselijk vervelend wordt, elkaar een beetje op te monteren en aan te moedigen…’[4]

Deze manier van werken maakt vanwege de goeroestatus die Steiner in het antroposofisch landschap geniet nog altijd opgeld. Van enige wetenschappelijke onderbouwing is bij de meeste van Steiners ideeën gewoonweg geen sprake. Het merendeel van zijn aanwijzingen zijn door zijn navolgers voor waar genomen en worden met wisselend succes in de praktijk uitgeprobeerd.

Intussen wordt naarstig gezocht naar manieren om Steiners gelijk wetenschappelijk aan te tonen, iets dat zelden lukt. Helmut Zander haalt bijvoorbeeld aan dat ‘de schooloprichting van de eerste steinerschool vooral een wetenschappelijk probleem was en dat het weinige dat Steiner concreet heeft uitgewerkt door zijn overlijden in 1925 is blijven liggen’.

(Uit: Focus op de steinerschool – Onderwijs op maat van wie?, Unibook 2009)

Voetnoten

[1] Hippocrates leer van de humores of temperamentenleer komt erop neer dat het menselijk lichaam zou bestaan uit vier soorten lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal. De fysieke en mentale toestand (het temperament) en ziekteverschijnselen werden verklaard uit het bestaande gehalte aan de verschillende sappen. Een teveel aan slijm (phlegma) zou een flegmatisch of kalm temperament tot gevolg hebben; een teveel aan bloed (sanguis) een sanguinisch of optimistisch, gepassioneerd temperament; een teveel aan gele gal (cholè) een cholerisch of prikkelbaar, opvliegend temperament; en een teveel aan zwarte gal (melancholè) een melancholisch, depressief temperament.
[2] E. Landweer, Met de handen werken, Vrij Geestesleven 1977. Voor het academiejaar 2008/2009 als syllabus uitgegeven door Hogeschool Helicon.
[3] Idem vorige
[4] R. Steiner & A. Steffen, Een weg tot volwassenheid, Vrij Geestesleven 1978

Gerelateerde artikels

Kindbespreking in de praktijk (Steinerscholen.com)

Kijkwijzer kindbespreking (Steinerscholen.com)

Linkshandigheid: kinderen er zo vlug mogelijk van genezen? (Steinerscholen.com)

Genezend onderwijzen: nog enkele antroposofische inzichten (De Brug)

Die vreselijke heilpedagogiek: ‘de totale ontkenning van je kind’ (Trouw)

Advertisements

Over Ramon De Jonghe
Vader van vier kinderen waarvan er drie naar de steinerschool gingen. Studeerde aan een antroposofische hogeschool, was opvoeder en bestuurslid in een steinerschool, medewerker in een bibliotheek van de Rudolf Steiner Academie. Voor de Antroposofische Vereniging trad hij op als info-verstrekker aangaande antroposofie en haar werkgebieden. Auteur van o.a. het schotschrift ‘Focus op de steinerschool - Onderwijs op maat van wie?’

6 Responses to Temperamentenleer

  1. elisabeth mol says:

    Overal in Steiners leer kom je van die stereo-typeringen tegen. Temperamenten, volkszielen, wezensdelen (hoe komt je erop???) de man had werkelijk altijd voor iedereen een schema klaar! Toen ik nog werkzaam was in antroposofische kringen ergerde dat me al. Daarom ben ik ook opgestapt. Je komt geen steek verder met die lui! groetjes elisabeth

  2. Daphne says:

    Der emes is der bester lign.(Jiddisch) . De waarheid is de beste leugen.

    De beperking van denken blijft steken in een kader waar onzichtbare muren je zogenaamd beschermen. Dan krijg je z`on beperking als de temperamentenleer. De onderwijzer past ze toe met een goedbedoelde glimlach, Hij denkt waarschijnlijk dat de leer hem helpt. Omdat niet te bepalen is welk temperament past bij een leerling in klassikaal onderwijs met 30 kinderen in de klas, krijg je nog een beperking. Het uiterlijk gedrag wat tussendoor zichtbaar is benoemen , indelen.
    Er is geen twijfel mogelijk bij een bekrompen denkbeeld. Je krijgt dan vooroordelen inplaats van vragen die meerdere wegen kiezen naar Rome.Vooroordelen naar uiterlijk gedrag zonder de mogelijkheid tot verdiepen is discriminatie. Sanguinisch, Blauwe ogen enz. Arisch? het goed geincarneerde kind. Melangolisch,Zwarte gal,donkere ogen. Niet goed geincarneerd?
    Is deze discriminatie,westerse kastenvorming nogsteeds toegestaan?
    Blijft het de verborgen missie met hoogmoed en een veilige beperking om niet zelf te hoeven denken?
    Ik heb eens een tekst van een moderne filosoof gelezen waar hij Steiner vergeleek met Harry Potter. Inderdaad Elisabeth,hoe kom je er op? 🙂

  3. Daphne says:

    Nog even, ik kan het niet laten. Ik heb iets ondekt en ik ben vast niet de enige. Het lijkt op een woordenspel.:)
    Je hebt 11 woorden. Ziel, mens, geest, hemel,aarde,vuur,water,lichaam,lucht,leven,wezen.
    Wat gebeurd er als je ze combineerd met elkaar. Zielenlichaam, Mensengeest,geestmens, hemellichaam,zielemens, zielelichaam watermens , vuurgeest,aardemens, watergeest, geestesvuur,luchtgeest mensenleven, levenswezen, levenslichaam enz.

  4. elisabeth mol says:

    Je slaat de nagel precies daar waar die moet zitten, Daphne! Het is niets meer dan een geschuif met interessante woorden en er dan vooral erg intelligent bij kijken!! Zelf kreeg ik de diagnose: luciferisch, astraal, gebrek aan wilskracht, niet goed geincarneerd, sanguinisch en noem maar op. Gelukkig heb ik het niet lang serieus genomen. Een fijn staaltje van kastenvorming kun je trouwens vinden in de Camphill-beweging, Die weten er raad mee!
    groetjes

  5. Erika says:

    Ze kunnen het wel goed verbergen.

    Ik had het niet door dat mijn zoontje, blond, blauwe ogen, blanke huid met sproeten en al heel populair was bij de leerkrachten. Terwijl mijn dochter met donkere haren en bruine ogen en dat huidje dat zo gemakkelijk kleur krijgt gewoon als eerste de school uitgepest wordt door diezelfde mensen.
    Mijn oudste dochter zat ergens tussenin door haar groene ogen en toch bleke sproetelende huid maar toch donkere haren. Maar zodra er wat met de donkerogende dochter scheelde was zij ook niet goed meer. Ze zijn allebei met stille trom vertrokken terwijl mijn zoon met veel symboliek en spijt in het hart afscheid moest nemen van zijn leerkracht.
    Diezelfde leerkracht, met bruin haar en bruine ogen heeft van sinds ook veel tegenwerking gehad tot hij ook vertrokken is. Een andere leerkracht, met spierwit haar en bijna doorschijnende ogen volgde die eerste leerkracht maar is intussen teruggekeerd naar de steinerschool en met open armen ontvangen.

    Het is nu wel zo dat in die steinerschool al de leerkrachten vroeg of laat door het één of ander een inzinking krijgen doordat ze tenminste een paar maanden uitgeteld zijn.

    Moeten we daar nu iets achter zoeken, of is het toeval?
    groetjes

  6. Daphne says:

    Moeten we daar iets achter zoeken? Ik heb dat mij jaren afgevraagt. Omdat het niet controleerbaar is krijg ik zelfs de neiging om ze te verdedigen.
    In mijn tijd waren er joodse kinderen op school die door hun talent en intelligentie, dacht ik, een goede postie hadden op de school. Bij mijzelf, zus en broer met een joodse moeder was dat anders. Wij waren wat stil en langzaam met leren. Ik was een blond meisje met grote blauwe ogen. Mijn zus een witblond meisje met mijn moeders donkere kijkers. Mijn broer was donker en kwam in de zesde klas op school.Zijn persoonlijkheidsstoornis werd toen zichtbaar en dat was de reden dat hij van school werd gestuurd. De vrijeschool schijnt daar niets mee te kunnen. Kinderen met psychische problemen waren volgens mij niet welkom. Daarna is het slechter met hem gegaan en de vrijeschool is daar mede verantwoordelijk voor, vind ik.
    Naar mijn idee konden die joodse kinderen zich goed handhaven als ze maar iets presteerden? Later hoorde ik van een van hun dat hij geslagen werd en dat er meer ongezonde situaties plaats vonden die niet zichtbaar waren.
    Een meisje in mijn klas had een surinaamse vader. Ik weet het niet zeker maar zij werd eerst geweigerd op school? Ze heeft de hele vrijeschool tijd op haar tenen moeten lopen. Ze wilde er maar bij horen, een antroposoof worden. Ik heb haar zien vechten!
    Ik zit me natuurlijk af te vragen welk temperament, oordeel aan mij vast zat. Ik had een arisch uiterlijk, een donkere moeder. Een sanguinisch uiterlijk, gedrag flegmatisch, soms cholerisch als ik gepest werd. Melancholisch als ik droomde en heimwee naar huis had. Tja,ik was uiteindelijk naar waar zij mij naar behandelde. Thuis was ik een totaal ander kind dan op school.

    Wat ik me ook afvraag, is er een selectie bij studenten op de vpa( vrije pedagogische academie) helicon? Word je daar ook ingedeeld?
    Mijn zus zat in de jaren tachtig op de vpa in Zeist. daat heeft ze het maar een jaar uitgehouden. Waarom? Omdat ze volgens de leraar niet zichtbaar was ofzo. Ze konden niets met haar. Een keer werd ze zelfs apart genomen door een charismatische adonis, jonge leraar, die gevoelens voor haar had maar niet wist wie ze was. Zoiets? Gevolg was dat ze verliefd werd,in de war. Langzamerhand kreeg ze in de gaten dat ze er buiten viel en is zelf weg gegaan. Worden er studenten met een onzichtbaar doel, met zogenaamde zachte hand verwijderd?

%d bloggers liken dit: